Geschiedenis van het kloosterpand aan de Hoogstraat

en

van het ontstaan van de Hoogstraatgemeenschap

 “Och, mijnheer pastoor, geef ons toch zusters!” Dat was de noodkreet in 1883 van de arme boeren en werklui van Gestel, toen nog een klein zelfstandig dorpje vlak bij Eindhoven.

De mensen moesten hard en lang werken voor de kost en wie zorgt er dan als iemand van het gezin ziek wordt of alleen en oud?

Het is in onze tijd haast onvoorstelbaar dat één jaar later het klooster aan de Hoogstraat klaar was en betaald, inclusief een zijvleugel voor onderwijs en een zijvleugel voor zieken- en bejaardenzorg (toen nog zonder bovenbouw).

Op 15 oktober 1884 kwamen zes zusters met een koets uit Schijndel aan. Een paar dagen later waren ze al actief bezig met onderwijs en ziekenzorg. Een paar jaar later begonnen zij ook met een breischooltje voor meisjes. Het was nog de tijd dat een warme borstrok en gebreide kousen erg welkom waren tegen de winterkou.

De zusters zelf leefden heel sober. Gebed, spiritualiteit en praktisch werken gingen hand in hand. Zij hadden als jonge zusters een vorming ondergaan in de geest van Vincent Depaul (1581-1660). Hij zei: De straten van de stad zijn jullie kloostergangen”. En ook: Als je bidt en er wordt een beroep op je gedaan, ga dan en verleen de hulp die van je gevraagd wordt”. Vincent wierf destijds zijn zusters op het platteland, omdat boerendochters van aanpakken weten. Vanuit die geest gingen de zes zusters in Gestel werken. Het waren geen losse individuen, maar leefden vanuit een groter verband: de Congregatie van de Zusters van Liefde van Schijndel’, gesticht in 1836 door pastoor van Erp te Schijndel.

100 jaar later.

Terwijl deze Brabantse congregatie in tal van plaatsen werkten vanuit scholen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, huizen voor zwakbegaafden en de zorg tot grote bloei brachten, nam de overheid al deze taken over en kwam er steeds meer lekenpersoneel in dienst.

Er brak een nieuwe tijd aan. De toestroom van nieuwe zusters stagneerde. Kloosters werden gesloten.

In 1980 verlieten de laatste zusters het grote klooster aan de Hoogstraat van Eindhoven. Al vrij snel werd het achterste gedeelte verhuurd aan enkele enthousiaste jongelui, die hun leven wilde inrichten in de geest van Abbé Pièrre (1912-2007). Dat wil zeggen: met elkaar en met daklozen sober leven van wat anderen weggooien.

Dat was het achterste gedeelte, maar het voorste deel en ook de hele kleuterschool met zijn twaalf klassen kwam vrij voor een nieuwe bestemming. De overheid had het wel graag gekocht om er een politiebureau te bouwen. De congregatie had andere plannen.

Opnieuw — als officiële datum wordt 1 september 1983 aangehouden - kwamen er zusters wonen, vier in getal. Zij hadden geen concreet plan, maar wilden wel een bewuste toekeer naar de armen.’ Zo stond het geformuleerd in de nieuwe richtlijnen van de congregatie en zo werd het met elan beleefd. Een opdracht die voor een enkel individu te groot is. Zij wilden met elkaar leren om door de bril van de onderliggende groep te kijken. En zij wilden er met elkaar voor zorgen dat er een wisselwerking zou ontstaan tussen werken en bidden, zodat het werken eerlijker wordt en het bidden waarachtiger.

De vier zusters willen door ter plekke in Eindhoven te gaan wonen, ontdekken hoe zij kunnen inspelen op de actuele nood van de veranderende tijd. Zij zien het klooster aan de Hoogstraat niet als hun bezit. Het huis hoort toe aan velen. Dat is de grond van hun gastvrijheid.

Het begin was heftig. Het was de tijd van de vredesbeweging en de protesten tegen de kernbewapening. Er trekt een karavaan van vredesactivisten van Dortmund naar het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel. Zij zoeken een rustplaats voor twee dagen in Eindhoven en vinden die bij de zusters, zelf nog bezig met het herinrichten van het huis. Het huis wordt overspoeld. De wasmachines draaien op volle toeren. Emmaus zorgt voor het eten. Zr. Theofrieda moest, toen zij naar bed toe wilde, eerst een van de activisten uit haar bed sturen. Helikopters van de M.E. maakte rondjes boven het kloostercomplex uit angst voor subversieve acties.

Toen de vredesactivisten vertrokken waren, gingen de zusters evalueren.  Zitten wij op de goede weg? Ze speelden een rollenspel en komen tot de conclusie: ja, dit was goed. Zo gaan we door.

De keuze om vluchtelingen onderdak te geven kwam min of meer toevallig, maar ook omdat de zusters open stonden voor nieuwe wegen. Een advocaat belde op omdat hij zocht naar een plaats voor een afgewezen asielzoeker. Hij was ervan overtuigd dat een hernieuwd verzoek om asiel zou worden toegewezen op grond van nieuwe feiten. Het was nog de tijd dat vluchtelingen welkom werden geheten en zelfs een bijdrage kregen vanuit de Bijstandswet. De zusters hebben veel van vluchtelingen geleerd door samen te leven en vrijheid te geven. Vluchtelingen kregen voor hen een gezicht. Dat maakte hen ook strijdbaar. Zo namen de zusters rechtsreeks contact op met bv. Minister Marga Klompé met een vraag om bemiddeling. Zo kon het gebeuren dat zr. Bets weigerde om het politiebureau te verlaten, hoe laat het ook zou worden, omdat zij wist dat de vluchteling voor wie zij opkwam, onterecht werd vast gehouden.

De zusters waren ook actief in het proces om mensen bewust te maken van onrechtvaardige structuren.

Daarnaast stonden zij - zeker in het begin - ook voor de taak om het achterstallig onderhoud van het gebouw bij te werken. Zij kregen daarbij veel steun van de jongens’ van Emmaus, de eerste huurder. Ze stonden ook voor de vraag: wat doe je met een twaalf klassige school, die leeg staat? Zij kozen ervoor om te verhuren aan nieuwe sociale of culturele initiatieven van mensen die weinig budget hadden: de werklozen belangenvereniging, een Turkse vereniging e.d. Nu waren er in die tijd ook veel jongeren die na een autoriteitsconflict met hun ouders, de straat op gingen en aanklopte bij het JAC (Jongeren Advies Centrum). Het JAC bemiddelde of zocht onderkomen voor hen. Op hun verzoek boden de zusters de hele eerste etage van de school aan als onderkomen. Ze lieten heel bewust de naam van de vroegere school op de gevel staan: Het Zonnekind’. Wie zou hun weggelopen zoon of dochter gaan zoeken in een school van de zusters. Wel werd via het JAC en de politie aan de ouders doorgegeven, dat hun kind veilig was. Mocht het onverhoopt toch mis gaan, dan waren daarvoor vluchtroutes bedacht.

Het klooster floreerde weer en de zusters vestigde in de loop van vele jaren een goede naam, maar kon dit zo door blijven gaan? Die vraag speelde rond de eeuwwisseling. Het bestuur van de congregatie wilde het pand met al zijn goede doelen wel behouden voor Eindhoven, maar op voorwaarde dat er bij vertrek van de steeds ouder wordende zusters er een leefgroep zou komen die verder zou gaan in de geest van wat tot stand was gebracht. De leeftijd van de zusters lag toen ongeveer tussen de 70 en 85 jaar en nog steeds vol energie.

In 2003 voegde zich het echtpaar Gerard en Anneke van de Ven zich bij de zusters. Je kunt gerust zeggen: één van geest en één van hart. Dit kreeg zijn juridische vormgeving op 18 maart 2004 toen de acte van de Vereniging Hoogstraatgemeenschap bij de notaris passeerde. Gelijktijdig werd toen ook stichting De Hoogstrater  opgericht om het pand te beheren, eerst op tijdelijke basis, later werd dit definitief.

De Hoogstraatgemeenschap met zijn zes vrijgestelde leden bouwde verder. De vereniging stond open voor nieuwe aanwas en er kwamen ook wel mensen, maar steeds tijdelijk.

In 2014 werd in september het herdenkingsfeest gevierd dat de zusters veertig jaar eerder een nieuwe start hadden gemaakt met de bloei die daarop volgde. Tijdens de viering werd het verhaal vertelt van Sara, de hoogbejaarde vrouw van Abraham, die de belofte kreeg toegezegd dat zij toch nog een kind zou krijgen. De zes leden van de Hoogstraat- gemeenschap waren onverminderd hoopvol, maar de realiteit was ook, dat er geen nieuwe mensen waren om mee de toekomst in te gaan.

Onder leiding van een deskundige procesbegeleidster werden er in de maanden daarna knopen doorgehakt: we gaan nog één keer intensief werven en als dat niets oplevert vertrekken we. Er werd zelfs een datum vastgesteld. Maar het lukte. Twee echtparen — een van hen had twee kinderen — wilden met elkaar de Hoogstraatgemeenschap verder dragen de toekomst in.

In het spoor van de zusters.

Wat hield dat spoor in dat verder gedragen moest worden?

Vóór de beginners van de Hoogstraatgemeenschap in de loop van 2016 vertrokken formuleerden zij met elkaar vier kernwaarden waarvan zij hoopten dat die niet verloren zouden gaan.

Tegelijkertijd was het voor hen glas helder dat zij nieuwe mensen niet de bestaande vorm van samenleven konden opleggen. Ook was het voor hen vanzelfsprekend dat zij niet zomaar alle activiteiten zouden voortzetten. Nieuwe mensen moeten nieuwe  wegen kunnen gaan naar eigen inzicht en draagkracht. Niet langer zou de Hoogstraatgemeenschap vorm gegeven worden door zes vrijgestelde mensen, maar door vier mensen die moesten werken voor de kost en om de huur en energie te kunnen betalen.

De zusters hadden geleerd om elkaar in de hand te werken, zoals zij dat noemden. Bovendien konden zij werken vanuit een met elkaar gedeelde spiritualiteit vanuit de congregatie.

De nieuwe gemeenschap moest volgens de eisen van de huidige tijd vorm krijgen. Zo’n gemeenschap wordt niet in één dag geboren.

Duidelijk was dat het verlenen van gastvrijheid aan vluchtelingen en de zorg voor de aarde als onomstotelijke topprioriteiten recht overeind bleven. Daar werd aan toegevoegd het opnemen van mensenrechtenactivisten uit het buitenland, die even een veilige schuilplaats nodig hadden omdat de grond onder hun voeten in eigen land te heet werd. Dat gebeurde in samenwerking met de gemeente en vanuit het Shelter City plan van Justice & Peace. Ook werd er een groep gestart - ook met mensen van buiten - om zich te bezinnen aan de hand van een zingevend boek.

Het heeft de twee echtparen, die gezien werden als starters en voortzetters van de gemeenschap, niet aan moed, creativiteit en doorzettingsvermogen ontbroken. Toch was het moeilijk om tot uitbreiding en stabiliteit te komen. Op 1 juni 2023 vertrok het laatste echtpaar van de beginners.

Ongewild lag daarmee de weg open om op een nieuwe manier de Hoogstraatgemeenschap vorm te geven.